De trechterborst (pectus excavatum) en kippenborst (pectus carinatum) zijn aangeboren afwijkingen, waarbij een teveel aan ribkraakbeen zorgt dat het borstbeen ofwel naar binnen of naar buiten geduwd wordt. Hierdoor ziet de borstkas er afwijkend uit.

Pectus excavatum
Bij een pectus excavatum is het borstbeen ingevallen. Pectus excavatum wordt ook wel trechterborst of schoenmakersborst genoemd.

Pectus carinatum

Bij een pectus carinatum staat het borstbeen naar buiten. Pectus carinatum wordt ook wel kippenborst genoemd.

Over het algemeen wordt aangenomen dat de vervorming komt door een te sterke groei van het ribkraakbeen, maar de oorzaak hiervan is tot nu toe nog onbekend.

Trechterborst: Pectus excavatum
Het onderste deel van het borstbeen (sternum) wordt naar binnen gebogen, waardoor de trechtervorm ontstaat. Door de overmatige groei van het ribkraakbeen steekt de onderkant van de ribbenkast wat naar voren, en vormt zo de kenmerkende ""vleugels.”

Kippenborst: Pectus carinatum
Het sternum wordt naar buiten gebogen, waardoor de typische kippenborst ontstaat. Bij ongeveer 80% van de gevallen wordt de afwijking binnen de eerste twee levensjaren ontdekt. Een verergering van de afwijking ontstaat tijdens de groeispurt in de puberteit. Mogelijk speelt een erfelijke aanleg een rol bij het ontstaan van een pectus.

Bij pectus excavatum en pectus carinatum heeft de borstkas afwijkingen, welke direct waarneembaar zijn. Hoewel de ingedeukte borstkas zorgt voor minder ruimte voor de longen en het hart, heeft niet iedereen met pectus excavatum of pectus carinatum last van klachten.
De klachten die wellicht kunnen voorkomen zijn:

Trechterborst: Pectus excavatum

  • Ingevallen borstbeen
  • (Ernstige) kortademigheid
  • Hartproblemen, zoals hartbonzen en onregelmatigheid van het hartritme. In dit geval wordt vaak het hart ingedrukt door het naar binnen buigende borstbeen. Hierdoor vervormt het hart en sluiten de hartkleppen niet goed.

Kippenborst: Pectus carinatum

  • Uitgevallen borstbeen
  • Snelle vermoeidheid
  • Daling van het uithoudingsvermogen
  • Kortademigheid bij zware inspanning
  • Frequente luchtweginfecties
  • Pijn op de borst
  • Astma

Bij beide aandoeningen kan onzekerheid over het lichaam en een laag zelfbeeld ontstaan. Op latere leeftijd kan dit zelfs leiden tot psychologische klachten.

De neiging bestaat om met ""hangende"" schouders (naar voren gebogen) te gaan staan, waardoor dit bij een pectus excavatum het ingevallen borstbeen benadrukt. Zorg dat de beweeglijkheid en spierkracht rond borstkast optimaal blijft. Let ook goed op een opgestrekte, open houding bij zitten en bij staan.

De volgende punten kunnen helpen om de lichamelijk klachten binnen perken te houden:

  • Neem een correcte houding aan
  • Houdingsoefeningen
  • Ademhalingsoefeningen
  • In ernstige gevallen kan operatief ingrijpen geïndiceerd zijn

 


  • Houdingcorrectie in zit

    Ga rechtop op een stoel zitten. Je voeten staan plat op de grond. Je heupen en knieën zijn in een hoek van 90 graden. Maak je rug recht en wijs met je kruin naar het plafond. Trek daarbij je kin iets in. Maak je onderrug een beetje hol. Hierdoor komen je schouders iets naar achter en omlaag, en je borst iets naar voren.


  • Ademhaling in zit

    Ga op een stoel zitten en sluit je ogen. Richt je aandacht op je ademhaling. Volg je ademhaling door je neus, keelholte richting borst en buik. Ontspan je buik. Voel je buik groter worden wanneer je inademt en weer kleiner worden als je uitademt. Volg je ademhaling ongeveer 5 minuten. Haal aan het einde diep adem en adem langzaam uit.


  • Borstspier rekken op je werkplek

Het syndroom van Tietze is een goedaardige, maar vaak hevig pijnlijke, chronische ontsteking van de kraakbeenverbinding in de borstkas. Deze ontsteking zit tussen de ribben en het borstbeen. Meestal gaat het om de tweede, derde of vierde rib.

Het kraakbeen verbindt je borstbeen met je sleutelbeen en ribben. Hierdoor kan je borstkas op en neer bewegen tijdens de ademhaling. Bij het syndroom van Tietze ontsteekt het ribkraakbeen. Het kan zelfs zo opzwellen, dat er op de pijnlijke plaats een rode, warme zwelling zichtbaar wordt. De pijn zit ook vaak achter het borstbeen en straalt soms uit naar de rug, nek, schouder en arm.

Er bestaat geen consensus over de oorzaak van het syndroom van Tietze. In het bloed zijn tot nu toe geen afwijkende waarden te vinden. Mogelijke oorzaken die kunnen meespelen zijn:

  • Langdurige inspanning.
  • Een heftige verkoudheid.
  • Een ongeluk zoals een klap of een val op de borst.

Het Syndroom van Tietze betreft vaak zeer lokale pijn, die je met 1 vinger kunt aanwijzen.

De symptomen van deze pijn zijn:

  • Hevige pijn op de borst.
  • Doorstraling van pijn naar de schouder en/of arm waar het tintelingen veroorzaakt.
  • Bij lachen, niesen, hoesten of een zware inspanning kan een pijnscheut ontstaan.
  • Mogelijk is er ook een zwelling op het borstbeen zichtbaar.
  • De klachten kunnen geleidelijk of plotseling ontstaan en komen meestal aanvalsgewijs. Soms is het na enkele dagen weer over, maar het kan ook langer duren of nooit meer weggaan.

Bespreek de klachten met een (huis)arts. Het is van het grootste belang om het syndroom van Tietze door een arts te laten vaststellen en andere aandoeningen uit te laten sluiten.

In geval van het syndroom van Tietze zijn er een aantal zaken die je zelf kunt doen.

  • Bij hevige klachten is het belangrijk om rust te nemen, zo geneest de ontsteking het beste.
  • Het behouden van een evenwicht tussen rust en beweging.
  • Langdurig zitten of liggen vermijden, zo wordt er geen stijfheid veroorzaakt.
  • Op je houding letten (goed rechtop zitten bijvoorbeeld).
  • Oefeningen zijn ook goed, maar tijdens een periode van hevige klachten kan dit soms te pijnlijk zijn.

Bij hevige en/of toenemende pijn kan in overleg met de huisarts overgegaan worden op het nemen van pijnstillers en/of ontstekingsremmers.


  • Houdingcorrectie in zit

    Ga rechtop op een stoel zitten. Je voeten staan plat op de grond. Je heupen en knieën zijn in een hoek van 90 graden. Maak je rug recht en wijs met je kruin naar het plafond. Trek daarbij je kin iets in. Maak je onderrug een beetje hol. Hierdoor komen je schouders iets naar achter en omlaag, en je borst iets naar voren.


  • Ademhaling in zit

    Ga op een stoel zitten en sluit je ogen. Richt je aandacht op je ademhaling. Volg je ademhaling door je neus, keelholte richting borst en buik. Ontspan je buik. Voel je buik groter worden wanneer je inademt en weer kleiner worden als je uitademt. Volg je ademhaling ongeveer 5 minuten. Haal aan het einde diep adem en adem langzaam uit.


  • Rug hol en bol maken


  • Wandelen

Het SC(sternoclaviculair)-gewricht verbindt het sleutelbeen met de borstkast.  Bij een ontwrichting van het SC gewricht is er sprake van een verplaating naar voren, wat het meeste voorkomt, of naar achteren van het sleutelbeen ten opzichte van het borstbeen.

 

Val op de schouder of arm. Sporten waar dat veel voorkomt zijn: motorcross, fietsen en judo.

 

  • Pijn bij druk op SC gewricht
  • Afwijkende positie van het sleutelbeen
  • Lokale zwelling ter hoogte van het SC gewricht
  • Pijn bij het liggen op de aangedane schouder
  • Pijn bij beweging van de arm naar de tegenoverliggende schouder
  • Pijn bij het heffen van de arm en/of pijn bij achterwaartse bewegingen
  • Kortademigheid, tintelingen, slikstoornissen

 

Laat altijd een diagnose stellen bij de arts. Bij een operatie wordt het protocol van de specialist gevolgd. Algemene adviezen bij een SC-luxatie zijn:

  • 2 tot 3 weken arm in een mitella/draagband en pendeloefeningen doen om het schoudergewricht soepel te houden.
  • Na 3 weken dagelijkse activiteiten hervatten binnen de pijngrens.

Wanneer er niet wordt geopereerd gelden de volgende algemene adviezen:

  • Arm ongeveer een week in mitelle / draagband
  • Eerste 2 weken na blessure bewegen binnen pijngrens
  • Week 3 na blessure bewegingen opbouwen naar alle bewegingen
  • Het dragen van zwaardere lasten moet 6 weken vermeden worden
  • Na 6-8 weken mag het sporten in overleg met de fysiotherapeut/arts weer hervat worden.

Algemeen

  • Door middel van koude pakking (tien minuten, doekje tussen pakking en huid, twintig minuten tussen elke koudebehandeling) op het schoudergewricht kun je de pijn dempen.
  • Bewegen van de nek- en schouderspieren binnen de pijngrens om verstijving te voorkomen.
  • Bij sporten waar een val op de schouder kan voorkomen (paardrijden, wielrennen): leren hoe je het beste kan vallen (doornemen met uw trainer of fysiotherapeut).
  • Maak gebruik van een krukje of trapje bij bewegingen boven de 90 graden.

 


  • Schouders achterwaarts rollen

    Ga rechtop zitten en laat je armen naast je hangen. Maak achterwaartse cirkels met je schouders. Begin met kleine cirkels en maak deze steeds groter.


  • Schouder bungelen circulair

    Ga achter een stoel staan en pak met een hand de leuning. Buig met een rechte rug licht voorover. Pak met je vrije hand een gewichtje en laat deze ontspannen hangen. Maak nu cirkelvormige bewegingen. Begin met kleine cirkels en maak ze steeds groter.


    • Schouder bungelen voor- en achterwaarts

    Als je ademhaalt gaat er zuurstof naar de longen en lichaamscellen en wordt kooldioxide afgegeven wat weer via de longen uitgeademd wordt. Een regelmatige en voldoende diepe ademhaling zorgt voor een goede balans tussen zuurstof en kooldioxide. Deze balans is verstoord als je overademt. Je ademt dan te snel en soms juist te diep. Hyperventilatie betekent letterlijk te veel (hyper) ademen (ventilatie). Hierdoor raakt de zuurstof, kooldioxide balans verstoord. Hyperventilatie is niet gevaarlijk.

     

    Spanning en angst kunnen verschillende klachten veroorzaken. Hyperventilatie is één van die klachten.

    Bij hyperventilatie kun je last hebben van de volgende symptomen:

    • benauwdheid
    • duizeligheid, misselijkheid
    • tintelingen om mond, in handen en voeten
    • angst om dood te gaan of flauw te vallen
    • zweten
    • klamme koude handen.
    • stijve verkrampte armen en/of benen

    Sommige mensen krijgen deze klachten maar één keer in hun leven, bij anderen keert hyperventilatie regelmatig terug. In beide gevallen kan de angst voor een nieuwe aanval blijven bestaan.

     

    Het zoeken van afleiding bijvoorbeeld door touwtje te springen, hard te lopen en kniebuigingen te maken kan een aanval voorkomen.

    Om een hyperventilatieaanval onder controle te krijgen kun je in een zakje blazen (gezicht niet helemaal afsluiten) of met de neus dicht door een (tuin)slang van 50 cm ademen.

    Daarnaast kan het bijhouden van een dagboek je helpen erachter te komen welke spanningen/problemen de hyperventilatie veroorzaken. Praten over spanningen/problemen die met hyperventilatie te maken hebben kan ook letterlijk en figuurlijk voor een opluchting zorgen.

    Yoga of ontspanningstechnieken kunnen je helpen meer te ontspannen. Kalmeringsmiddelen onderdrukken de angst en spanning maar lossen het probleem niet structureel op.

     


    • Borstspier rekken met handen in je nek

      Ga rechtop zitten of staan en maak je wervelkolom zo lang mogelijk, alsof er een touwtje aan je kruin zit en je omhoog getrokken wordt. Draai je hoofd afwisselend naar links en naar rechts.


    • Ademhaling in zit

      Ga rechtop zitten of staan en maak je wervelkolom zo lang mogelijk, alsof er een touwtje aan je kruin zit en je omhoog getrokken wordt. Draai je hoofd afwisselend naar links en naar rechts.


    • Ontspannen van de kaakspieren

      Ga rechtop zitten of staan en maak je wervelkolom zo lang mogelijk, alsof er een touwtje aan je kruin zit en je omhoog getrokken wordt. Draai je hoofd afwisselend naar links en naar rechts.

    Hoe werkt Zelf aan de Slag met HelloFysio? 

    Volg onderstaande stappen en werk aan je herstel met tips, adviezen en video-oefeningen.

    1. Klik op man of vrouw
    2. Klik op de locatie waar je pijn ervaart
    3. Klik op de aandoening die op jou van toepassing is
    4. Je kunt nu alle informatie over jouw aandoening lezen
    5. Ga aan de slag met de oefeningen en werk aan je herstel

    Heb je een vraag over bovenstaande of wil je persoonlijk contact met één van onze fysiotherapeuten? Neem dan contact met ons op via 020 412 3006.