Tot voor enkele jaren geleden werd de term RSI vaak gebruikt, maar deze is in toenemende mate vervangen door KANS (Klachten van Arm, Nek en Schouder). Er wordt onderscheid gemaakt tussen aspecifieke en specifieke KANS.

 

Aspecifieke KANS
Bij aspecifieke KANS is er niet direct een specifieke medische diagnose aan te wijzen. Deze KANS klachten komen het meeste voor.

 

Specifieke KANS
Bij een specifieke KANS klacht wordt wel een lichamelijke oorzaak vastgesteld. In totaal zijn er 23 specifieke KANS aandoeningen.
Voorbeelden van specifieke KANS klachten zijn:

  • Carpaal tunnelsyndroom
  • Tenniselleboog
  • Golferelleboog
  • Inklemmingsklachten van de schouder

De belangrijkste symptomen bij KANS klachten zijn:

  • Pijn
  • Tintelingen of een doof gevoel
  • Kramp/vermoeidheid
  • Stijfheid
  • Krachtsverlies

In ernstige gevallen komen zwellingen, veranderingen van huidkleur en verschillen in temperatuur voor.

Er is vaak sprake van een combinatie van factoren die tot KANS leiden. Oorzaken kunnen zowel binnen als buiten het werk liggen.

 

Werkgerelateerde factoren

  • Werkdruk
  • Werkorganisatie
  • Werktijden
  • Werkplek
  • Werkwijze

Persoonsgebonden factoren

  • Verkeerde houding
  • Slechte werk-privé balans
  • Stress
  • Eentonig werk
  • Weinig sociale ondersteuning van collega’s

Het belangrijkste bij KANS is dat je achterhaalt welke risicofactoren in jouw specifieke geval een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van de klachten. Beginnende KANS klachten herstellen vaak vanzelf door kleine aanpassingen in het werkgedrag of houding te doen . Ook is het van belang om te analyseren of er in de privé sfeer zaken meespelen die de klachten kunnen veroorzaken en/of in stand houden. Zit je thuis bijvoorbeeld veel achter de computer dan is het ook daar belangrijk dat je een goed ingestelde werkplek hebt, voldoende rustmomenten neemt en voldoende van lichaamshouding wisselt.

 

Tips

  • Zorg voor een gezonde leefstijl door veel te bewegen en te sporten, gezond te eten en voldoende te slapen.
  • Positieve mindset.
  • Zet het toetsenbord op de laagste stand en beperk het muisgebruik zoveel mogelijk.
  • Wissel voldoende af in houding en taken tijdens het werk.
  • Zorg voor een optimale ergonomie

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek ŽŽeen arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Polsstrekker rekken

Ga rechtop staan. Strek de arm die je wilt rekken voor je uit en laat je hand hangen. Leg je andere hand op je handrug. Trek je hand naar je toe tot je rek voelt in je onderarm. Houd deze positie even vast. Ontspan je hand en herhaal de beweging.

Last van je Onderarm?

Stel je vraag aan de fysiotherapeut

HC Health maakt gebruik van cookies, die noodzakelijk zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Door op akkoord te klikken of door gebruik te blijven maken van de website, geef je aan hiermee akkoord te gaan. Meer weten over deze cookies?