De vinger bestaat uit 3 botjes waartussen 2 gewrichtjes zitten (DIP bij het uiteinde van de vinger en PIP daarvoor). Rond de gewrichtjes zitten gewrichtsbandjes en aan de voor- en achterkant van de vinger lopen spieren.

 

Bij een zwanenhalsvinger staat het eindkootje van de vinger in buigstand en het middengewrichtje van de vinger in strekstand. Bij het strekken van de vingers buigen de onderste gewrichten naar achteren (overstrekken). Tegelijk buigt het bovenste gewricht van de wijsvinger naar voren.

Bij een zwanenhalsvinger staat het eindkootje van de vinger in buigstand en het middengewrichtje van de vinger in strekstand.

Een chronische ontsteking, zoals bij Reumatoïde Artritis, van het eindkootje van de vinger (DIP) of een direct letsel/blessure kan leiden tot een zwanenhalsvinger.

Een brace om de vinger kan zorgen voor stabiliteit van de vinger. Beweeg pols en vingers bij pijn of stijfheid en koel de vinger bij pijn en/of ontsteking. Er kan besloten worden om operatief in te grijpen: volg dan het protocol van de specialist.

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

De vinger bestaat uit 3 botjes waartussen 2 gewrichtjes zitten (DIP bij het uiteinde van de vinger en PIP daarvoor). Rond de gewrichtjes zitten gewrichtsbandjes en aan de voor- en achterkant van de vinger lopen spieren.

 

Bij een zwanenhalsvinger staat het eindkootje van de vinger in buigstand en het middengewrichtje van de vinger in strekstand. Bij het strekken van de vingers buigen de onderste gewrichten naar achteren (overstrekken). Tegelijk buigt het bovenste gewricht van de wijsvinger naar voren.

Bij een zwanenhalsvinger staat het eindkootje van de vinger in buigstand en het middengewrichtje van de vinger in strekstand.

Een chronische ontsteking, zoals bij Reumatoïde Artritis, van het eindkootje van de vinger (DIP) of een direct letsel/blessure kan leiden tot een zwanenhalsvinger.

Een brace om de vinger kan zorgen voor stabiliteit van de vinger. Beweeg pols en vingers bij pijn of stijfheid en koel de vinger bij pijn en/of ontsteking. Er kan besloten worden om operatief in te grijpen: volg dan het protocol van de specialist.

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Artrose is een aandoening van het gewrichtskraakbeen welke ook wel bekend staat als gewrichtsslijtage. Kraakbeen bevindt zich aan het uiteinde van een gewricht en functioneert als een schokdemper bij belasting.

 

Bij artrose neemt de hoeveelheid kraakbeen langzaam af en komt er meer bot op bot belasting en wordt de functie van de schokdemper steeds minder. Het gevolg is dat er meer bot op bot belasting is, welke pijn, instabiliteit, verdikking en vervormingen in het gewricht tot gevolg hebben. Bij artrose neemt de kwaliteit en de hoeveelheid kraakbeen langzaam af.

Beginnende artrose kan onopgemerkt aanwezig zijn. Artrose veroorzaakt op den duur:

  • Pijn
  • Stijfheid
  • Bewegingsbeperking
  • Afname van coördinatie, spierkracht en uithoudingsvermogen
  • Startpijn/stijfheid van het gewricht
  • In een later stadium kan de duim ook minder beweeglijk worden

De duim is het meest gebruikte gewricht, waardoor de kans op ontwikkeling van artrose groter is. Artrose komt relatief vaker voor bij vrouwen en begint veelal na de leeftijd van 40 jaar. Reuma, overgewicht, breuken of kneuzingen die in het verleden in het gewricht hebben plaatsgevonden vergroten de kans op het krijgen van artrose.

Aan artrose kun je de volgende dingen doen:

 

Blijven bewegen
Bewegen vormt een belangrijk onderdeel voor reductie van artrose omdat bewegen een remmende werking op de artrose blijkt te hebben. Enerzijds komt dit omdat bewegen de voedingstoestand van het kraakbeen verbetert. Anderzijds ondersteunen de omliggende spieren, pezen en banden rondom het gewricht de schokdemping in het gewricht.

 

Oefentherapie
Door het regelmatig uitvoeren van gerichte oefeningen van de duim worden lenigheid, spierkracht en spiercoördinatie vergroot.Activiteiten waarbij de duim zwaar belast wordt zijn minder geschikt. Denk hierbij aan activiteiten zoals tillen, of activiteiten waarbij de hand en duim veel schokken te verwerken krijgt zoals racketsporten.

 

Als je 10-vingerig typt, is het belangrijk de duim niet teveel gestrekt omhoog te houden boven de spatiebalk. Houd hierbij geregeld herstelmomenten.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek eeŽŽn arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers é鎎n voor é鎎n omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

In gewrichten zit kraakbeen, wat er voor zorgt dat de botten soepel over elkaar heen kunnen bewegen.
Bij artrose treedt overmatige slijtage op van het kraakbeen. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig en/of het kraakbeen verdwijnt helemaal. Het lichaam kan dit niet repareren. Beschadigd kraakbeen herstelt nauwelijks. Wanneer de kraakbeenlaag dunner wordt of verdwijnt, bewegen de botuiteinden in een gewricht niet meer soepel langs en over elkaar. Er is een toenemende wrijving tussen de botten en dat doet pijn. Ook kunnen ruwe uitsteeksels ontstaan op het bot. Er kan zich vocht ophopen in het gewricht en omliggende weefsels (vandaar de zwelling). Zowel de pijn als de zwelling maken bewegen moeilijk.

 

Als gevolg van de artrose ontstaat bot op bot contact met stijfheid en pijn tot gevolg. De mate van klachten die iemand ervaart als gevolg van artrose zijn sterk verschillend. Zo zijn er mensen met ernstige afwijkingen maar zonder veel pijn en ook mensen met minder aantoonbare klachten die toch veel pijn ervaren. Klachten die ervaren kunnen worden zijn:

  • Stijfheid in de ochtend en bij het begin van bewegen, ook wel startstijfheid genoemd, meestal verdwijnt deze stijfheid na een paar minuten tot een half uur
  • Artrose aan de pols, hand en vingers kan tot ernstige vervormingen leiden van de gewrichten.

Artrose kan verschillende oorzaken hebben:

  • Mindere kwaliteit van het kraakbeen, als gevolg van het verouderingsproces
  • In de mate van artrose kan erfelijkheid ook een factor spelen
  • Na een breuk of aangeboren scheefstand in het gewrichtsoppervlak

Als gevolg van de pijn en stijfheid heb je de neiging minder te gaan bewegen. Beweging zorgt er echter voor dat voedingstoffen naar het kraakbeen worden vervoerd, waardoor het kraakbeen in betere conditie blijft. Ook zorg je er door voldoende beweging en oefeningen voor dat de spieren sterk blijven waardoor minder druk op het aangedane gewricht komt. Hierdoor kun je voorkomen dat klachten verergeren.

Bewegen en een actieve levensstijl zorgen dus voor een positieve bijdrage aan de kwaliteit van leven en helpen de klachten te verminderen.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek eeŽŽn arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers é鎎n voor é鎎n omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

Elleboogstrekkers versterken op je werkplek

De skiduim is een veel voorkomende aandoening. Bij een skiduim treedt er een letsel op van de aan de binnenzijde van de duim gelegen gewrichtsband (ulnaire collateraal ligament) dat samen met andere gewrichtsbanden de stevigheid van het onderste gewricht van de duim verzorgt. Door dit letsel kan het gewricht instabiel worden. Ongeveer 10% van alle skiongelukken bestaat uit dit letsel.

Bij een skiduim kun je last krijgen van de volgende klachten:

  • Pijn
  • Een zwelling aan de binnenzijde van de duim
  • Krachtverlies
  • Een verminderde stabiliteit van het gewricht
  • De instabiliteit is het gevolg van de beschadigde gewrichtsband, omdat de band samen met andere gewrichtsbanden de stevigheid van de duim verzorgen

Acuut letsel door een ongeluk is vaak de oorzaak van de skiduim. Dit kan tijdens tal van sporten gebeuren en niet alleen tijdens skiën.

  • Door de kracht op het gewricht wordt de aan de binnenzijde gelegen gewrichtsband beschadigd
  • Afhankelijk van het soort letsel kan er een volledige scheur van de band optreden, soms inclusief een botfragment
  • Soms treedt alleen een verrekking met een intact of gedeeltelijk gescheurde band op
  • Bij skiërs wordt het letsel veroorzaakt door een val, waarbij de duim achter de skistok blijft hangen
  • Het wordt ook vaak gezien bij bijvoorbeeld balsporters, waarbij een bal met hoge snelheid tegen de uitgestrekte duim komt

Chronisch letsel ontstaat wanneer de gewrichtsband herhaaldelijk dezelfde beweging moet opvangen wat uitrekking tot gevolg kan hebben. Dit uitrekken kan leiden tot instabiliteit van het gewricht.

Aan een skiduim kun je de volgende dingen doen:

  • Probeer de omliggende gewrichten zoals pols, vingers en elleboog, op geleide van pijn, in beweging te houden
  • Eventueel kun je de duim en hand 10-15 minuten koelen met een ijspakking tegen pijn en zwelling
  • Het is aan te bevelen om zo snel mogelijk een huisarts (of andere zorgverlener) te consulteren

In een gewricht komen twee botten bij elkaar. Om ervoor te zorgen dat deze botten soepel langs elkaar heen bewegen zit op het uiteinde van de botten een laagje kraakbeen. De botten worden bij elkaar gehouden door banden en een gewrichtskapsel. Aan de binnenkant van het kapsel zit een slijmvlies. Deze slijmvlieslaag heet het synovium. Synovium maakt vocht aan. Dit vocht bevat voedingsstoffen voor het gewricht en functioneert tevens als smeermiddel voor het gewricht. Het gewricht kan hierdoor soepel bewegen. Bij reuma is het synovium verdikt en ontstoken waardoor het gewricht opzwelt. Dit veroorzaakt pijn en bewegingsbeperking. Ook kan het kraakbeen, het bot, spieren en pezen (later) in het ziekteproces beschadigd raken. Beginnende reuma openbaart zich vaak aan beide kanten in de gewrichten van handen en voeten.

 

De meeste vormen van reuma veroorzaken pijn en stijfheid in gewrichten of spieren. Daardoor kun je je minder goed bewegen, wat beperkingen kan geven in het dagelijks leven. Daarnaast komen vermoeidheid en algehele stijfheid die optreedt in de ochtend of na een lange tijd in dezelfde houding te hebben gezeten, veel voor. Klachten kunnen in de loop van de dag erger of juist minder erg worden.

Reuma is een auto-immuunziekte. Dat is een ziekte waarbij het afweersysteem het verschil tussen goede (lichaamseigen) en slechte organismen (virussen en bacteriën) niet kent en daardoor eigen weefsel aanvalt. Het is niet bekend waardoor mensen reuma krijgen. Omgevingsfactoren zoals roken en overgewicht spelen waarschijnlijk een rol. Het lijkt er ook op dat reuma erfelijk is: mensen bij wie reuma in de familie voorkomt hebben meer kans om door de ziekte getroffen te worden. Reuma komt twee tot driemaal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Het kan op iedere leeftijd ontstaan, maar begint meestal tussen de 40 en 60 jaar.

De meeste vormen van reuma zijn chronisch; je kunt er dus niet van genezen. Bij reuma is het belangrijk om regelmatig te bewegen. Bewegen zorgt ervoor dat je spieren sterk en soepel blijven, waardoor pijn en stijfheid afneemt. Sommige soorten reuma kennen actieve en rustige periodes. Tijdens de actieve periode waarin de gewrichten ontstoken zijn, kun je beter rustig aan doen.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek ŽŽeen arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers ŽŽéén voor ŽŽéén omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

Aan de handpalmzijde van de vingers liggen de buigpezen van de vingers. Deze pezen worden tegen het bot gehouden met bandjes. Wanneer één of meerdere bandjes scheurt spreekt men van een klimvinger.

Bij het doorscheuren van meerdere bandjes komt de pees los van het bot en vormt dan een soort ‘handboog’ met de vinger. Meestal zijn de ringvinger of middelvinger aangedaan.

 

Deze klacht wordt bijna alleen gezien in de klimsport en wordt daarom een klimvinger genoemd.

Je kunt bij een klimvinger last hebben van de volgende symptomen:

  • Pijn/ zwelling aan de voorzijde van de vinger,
  • Het buigen van de vinger tegen weerstand is pijnlijk,
  • Pijn bij druk op het blessure gebied,
  • Soms duidelijke ‘knak’ hoorbaar bij het ontstaan van de blessure,
  • ‘Handboog’ zichtbaar bij scheuren meerdere bandjes: de buigpees komt dan tijdens het buigen los van het bot waardoor een soort boog zichtbaar wordt.

Klimmen is vrijwel altijd de oorzaak van deze klacht. Er komt een te grote kracht op de buigpees en bandjes die de buigpees op het bot houden. Dit kan bijvoorbeeld optreden als je uitglijdt, waardoor in reflex vastgehouden wordt aan de richel.

Bezoek een huisarts om de diagnose te bevestigen. Als er niet specialistisch wordt ingegrepen houd je 3 tot 6 weken rust eventueel met hulp van een spalk voor de vinger. Bij pijn kan 15-20 minuten gekoeld worden. Probeer de omliggende gewrichten soepel te houden door te bewegen.

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers é鎎n voor é鎎n omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

Een gewricht zorgt ervoor dat de vingergewrichten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Een harde klap tegen de vingers of een val kan het weefsel kneuzen. Bij een kneuzing worden weefsels hard tegen elkaar aan gedrukt met een beschadiging als gevolg.

Als je een vinger kneust, dan heb je vaak pijn en zwelling rond het gewricht. Het gewricht kan ook blauw worden als gevolg van het scheuren van kleine haarvaten. Het kan zijn dat je door de zwelling beperkt bent in bewegingen van de vinger.

Een ongeluk in de vorm van een val of een klap op de hand/vingers kunnen een kneuzing veroorzaken. Ook kan de vinger kneuzen als je ergens achter blijft haken.

Consulteer bij een kneuzing altijd de huisarts om een botbreuk uit te laten sluiten en om de mate van kneuzing vast te stellen. Een ijspakking van ongeveer 15 minuten kan de pijn verminderen. Pas dit 1 tot 3x per dag toe. Beweeg de vingers en pols binnen de pijngrens om verstijving te voorkomen.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek eeŽŽn arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers ŽŽéén voor é鎎n omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

Tot voor enkele jaren geleden werd de term RSI vaak gebruikt, maar deze is in toenemende mate vervangen door KANS (Klachten van Arm, Nek en Schouder). Er wordt onderscheid gemaakt tussen aspecifieke en specifieke KANS.

 

Aspecifieke KANS
Bij aspecifieke KANS is er niet direct een specifieke medische diagnose aan te wijzen. Deze KANS klachten komen het meeste voor.

 

Specifieke KANS
Bij een specifieke KANS klacht wordt wel een lichamelijke oorzaak vastgesteld. In totaal zijn er 23 specifieke KANS aandoeningen.
Voorbeelden van specifieke KANS klachten zijn:

  • Carpaal tunnelsyndroom
  • Tenniselleboog
  • Golferelleboog
  • Inklemmingsklachten van de schouder

De belangrijkste symptomen bij KANS klachten zijn:

  • Pijn
  • Tintelingen of een doof gevoel
  • Kramp/vermoeidheid
  • Stijfheid
  • Krachtverlies

In ernstige gevallen komen zwellingen, veranderingen van huidkleur en verschillen in temperatuur voor.

Er is vaak sprake van een combinatie van factoren die tot KANS leiden. Oorzaken kunnen zowel binnen als buiten het werk liggen.

 

Werkgerelateerde factoren

  • Werkdruk
  • Werkorganisatie
  • Werktijden
  • Werkplek
  • Werkwijze

Persoonsgebonden factoren

  • Verkeerde houding
  • Slechte werk-privé balans
  • Stress
  • Eentonig werk
  • Weinig sociale ondersteuning van collega’s

Het belangrijkste bij KANS is dat je achterhaalt welke risicofactoren in jouw specifieke geval een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van de klachten. Beginnende KANS klachten herstellen vaak vanzelf door kleine aanpassingen in het werkgedrag of houding te doen . Ook is het van belang om te analyseren of er in de privé sfeer zaken meespelen die de klachten kunnen veroorzaken en/of in stand houden. Zit je thuis bijvoorbeeld veel achter de computer dan is het ook daar belangrijk dat je een goed ingestelde werkplek hebt, voldoende rustmomenten neemt en voldoende van lichaamshouding wisselt.

 

Tips

  • Zorg voor een gezonde leefstijl door veel te bewegen en te sporten, gezond te eten en voldoende te slapen
  • Positieve mindset
  • Wissel voldoende af in houding en taken tijdens het werk
  • Zorg voor een optimale ergonomie

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek een arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers één voor één omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

De triggerfinger is een aandoening waarbij er een ontsteking optreedt aan de buigpees en/of het peesomhulsel van de vinger in de palm van de hand. Deze ontsteking veroorzaakt een zwelling, waardoor de ontstoken pees niet langer soepel door het omhulsel kan bewegen. Het buigen en strekken verloopt met moeite en de pees schiet als het ware door de peesschede heen wat een klikkend gevoel kan geven.

Bij een triggerfinger kun je last hebben van de volgende klachten:

  • Pijn tijdens het buigen en strekken van de vinger, als de vinger blijft ‘hangen’ in het omhulsel van de pees
  • Soms is een lokale zwelling zichtbaar
  • De vinger kan op slot schieten, waardoor je de vinger helemaal niet meer kunt buigen of strekken
  • Het kan na verloop van tijd voorkomen dat de vinger niet langer gestrekt kan worden en in gebogen stand blijft staan

De precieze oorzaak is nog niet bekend, wat wel uit onderzoek is gebleken is dat de volgende factoren de kans op triggerfinger vergroten:

  • Bij diabetes
  • Bij jicht
  • Bij reuma
  • Overbelasting door een zware inspanning
  • Overmatig gebruik van de hand

Aan een triggerfinger kun je de volgende dingen doen:

  • Voorkom activiteiten waarbij je moet grijpen en waarbij de hand en polsgebied overmatig belast
  • Een polsspalk kan ondersteuning geven bij het voorkomen van overmatig gebruik van de hand
  • Zet het toetsenbord plat en typ met rechte polsen
  • Probeer het muizen met de niet aangedane hand uit te voeren, zodat de belasting voor de hand met de triggerfinger minimaal blijft
  • Houd omliggende gewrichten zoals elleboog en schouder goed soepel
  • Vraag de (Hello)Fysiotherapeut om advies ten aanzien van je herstel

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Hand spreiden en knijpen

Ga staan of zitten. Strek ŽŽeen arm voor je uit. Je handpalm is naar beneden gericht. Maak een vuist en strek vervolgens je vingers uit.

Vingers en duim aantikken

Ga zitten en strek je arm voor je uit terwijl je handpalm naar boven wijst. Tik met je vingers om de beurt je duim aan. Van pink naar wijsvinger en van wijsvinger weer naar pink.

Bij het anterior interosseous syndroom (beknelde handzenuw) is er sprake van een zenuwbeknelling van de nervus anterior interosseous.

Bij een beknelde handzenuw kun je last hebben van de volgende symptomen:

  • Verminderde kracht en of onvermogen om de duim goed te buigen in het laatste kootje
  • Verminderde functie van het topje van de wijsvinger
  • Een verminderd gevoel
  • Onvermogen om ‘OK teken’ te maken

Beknelling van de zenuw kan komen door de volgende oorzaken:

  • Nauwe doorgang voor de zenuw tussen pronatorspier in onderarm
  • Door overbelasting (zoals achter elkaar dezelfde beweging maken, krachtig duwen en trekken, het buigen van de pols, grijpen en vastknijpen, draaibewegingen van de onderarm) kan de zenuw ook uitrekken en geïrriteerd raken.
  • Klap op pronatorspier in onderarm
  • Botbreuk onderarm

De behandeling bestaat uit rust, een spalk en ontstekingsremmers.

 

Indien na 3 tot 6 maanden geen verbetering optreedt, kan een operatie overwogen worden om de beklemde zenuw weer ruimte te geven.

Pols draaien

Ga op een stoel zitten. Steun met je onderarm op de tafel of op de leuning van je stoel. Draai cirkels met je pols van klein naar groot en probeer hierbij je onderarm zo stil mogelijk te houden.

Schouders achterwaarts rollen

Ga rechtop zitten en laat je armen naast je hangen. Maak achterwaartse cirkels met je schouders. Begin met kleine cirkels en maak deze steeds groter.

Met je vingers piano spelen

Ga rechtop zitten. Leg je hand plat op de tafel. Beweeg je vingers ŽŽéén voor é鎎n omhoog en weer omlaag. Herhaal de oefening.

Last van je Vingers?

Stel je vraag aan de fysiotherapeut

HC Health maakt gebruik van cookies, die noodzakelijk zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Door op akkoord te klikken of door gebruik te blijven maken van de website, geef je aan hiermee akkoord te gaan. Meer weten over deze cookies?